Bedtijd is bedtijd voor Dante Rigo

Dante Rigo (18) staat te boek als een van de grootste talenten van PSV. Toch waren er bij zijn komst tien jaar geleden twijfels of hij de harde voetbalwereld wel aan zou kunnen. Dat kan hij, zo lijkt nu het antwoord. Een kennismaking met een modelprof.

Straatvoetbal
Aan zijn technische en tactische kwaliteiten heeft niemand ooit getwijfeld. Wel aan zijn hardheid. Toen de achtjarige Rigo in de E’tjes (het huidige FUNdament) van PSV kwam, was hij een typisch Belgisch jongetje tussen straatvoetballertjes uit Nederland. “Hij liet zich toen regelmatig de kaas van het brood eten in de duels”, zegt Colin Williamson, zijn eerste jeugdtrainer bij PSV en tegenwoordig jeugdtrainer bij FC Eindhoven. “Dante was speciaal omdat hij heel timide was. Hij had moeite met de Nederlandse cultuur.”

“Aan de bal heeft hij altijd de kwaliteiten en het inzicht gehad, maar ik vroeg me wel af of hij de topsportmentaliteit en hardheid had voor het topvoetbal. Op het juiste moment je lichaam erin zetten of een vies tikje geven. We lieten daarom op de training vaak doorspelen als hij een duel verloor. Maar hij heeft het wel gered, ondanks zijn fysieke achterstand.”

Verzwijgen
Het was ook wel even wennen, kijkt Rigo nu terug op die tijd. “Dat is het verschil tussen Nederland en België. In België zwijgen we liever. Ik kom uit een omgeving waarin iedereen wat meer gesloten is. Hier werd het meteen gezegd als het verkeerd was. In het begin was dat moeilijk, maar je past je snel aan. Na een jaartje was ik wel gewend.”

“Hij wás wel een typisch Belgische jongen”, vertelt Marcel Hover nu. Hover is materiaalman bij het eerste elftal van PSV en de vader van het gastgezin waarin Rigo vanaf PSV O15 ongeveer drie dagen per week verblijft. “Hij is heel netjes opgevoed, heel rustig en op de achtergrond. Hij heeft niet de Nederlandse grote mond met het ‘ja, maar’ en ‘waarom?’, dat bestaat in België niet. Dat is wel veranderd omdat Dante hier al jaren speelt. Hij is wat mondiger en opener geworden.” Na tien jaar in de jeugd van PSV lijkt Rigo langzaam wat Nederlands geworden. “Spijtig nog wel, ja”, zegt hij lachend in onvervalst Vlaams.

Pröpper
Toch blijft Rigo zijn eigen karakter houden. “Ik ben niet iemand die met groots lawaai binnenkomt”, vertelt hij. Hover denkt niet dat dat een probleem is in de harde voetbalwereld. “Iedereen kent Davy Pröpper. Dat is ook niet de man die vooropstaat te schreeuwen. Die kan ook een aardig balletje trappen. Qua karakter lijken die twee wel op elkaar. Ze zijn wat rustiger in de groep en zullen nooit ettertjes op het veld worden. Dat kan je er niet in duwen.”

Een ‘vieze’ speler zal Rigo waarschijnlijk nooit worden, maar aan zijn topsportmentaliteit, waar Williamson toentertijd toch zijn vraagtekens bij zette, hoeft niemand te twijfelen. Alles draait om voetbal in het leven van Rigo. “Als ik zie wat die jongen ervoor over moet hebben om er te komen”, vertelt Hover. “Ik zou niet weten wat voor hobby’s hij zou moeten hebben, hij heeft geen tijd. Hij komt thuis, eet, kijkt een uurtje tv en dan gaat hij naar bed.”

45 minuten
En als Rigo dan thuiskomt en de tv aanzet, is dat ook altijd om voetbal te kijken. Maar zelfs het kijken naar voetbal beperkt zich vaak maar tot 45 minuten. Bedtijd is bedtijd voor Rigo. “Hij keek de wedstrijd Real Madrid – Bayern München, toch een aardig affiche en het was nog spannend ook”, vertelt Hover. “Maar na de eerste helft, om half tien, gaat hij uit zichzelf naar bed. Hij wil hem wel afkijken, maar hij weet: morgen train ik met het eerste en moet ik fit zijn. Dat kost hem geen enkele moeite, hij is zo gedisciplineerd.”

“Dat zit in me”, verklaart Rigo die discipline. “En ik heb dat ook van huis uit meegekregen.” Vader Rudy kon een aardig balletje trappen, terwijl moeder Marleen een voormalig topsportster is. “Ze was sprintster, liep de 100 meter en de 4×100 meter estafette en is een keer Belgisch kampioen geworden”, weet Rigo. “Ze was explosief, maar dat heb ik niet mee gekregen, haha. Ik heb meer de bouw van mijn vader.”

Zijn ouders zetten al vroeg alles in het teken van de voetbalcarrière van hun enig kind. “Toen ik nog geen auto had, bracht mijn vader me vanuit onze woonplaats Tremelo naar iedere training. Daarna bleef hij kijken en bracht hij me weer naar huis. Anderhalf uur heen en anderhalf uur terug. Hij heeft alles over voor mij. Hetzelfde kan ik over mijn moeder zeggen. Het liefst zien ze me ooit de top bereiken. Dat is iets wat me steun geeft en daardoor weet ik waarvoor ik het doe. Ik wil hen trots maken.”

Van Bommel
Last van de druk die dat met zich mee brengt, heeft Rigo niet. “Nee ik ervaar geen druk daarvan. Ze weten wat ik kan en wat ik misschien kan bereiken. Ze verwachten ook niet meer dan dat. Ze willen gewoon dat ik er alles uithaal.” En dat is, als je de kenners mag geloven, veel. Aad de Mos noemde hem al een speler met een buitengewone klasse en ‘aan de bal beter dan Van Bommel’.

“Daar heb je de voorzitter van je fanclub weer”, zegt Hover. “Ik zorg dat ‘ie niet verwend raakt. Dan zet ik de zaag er wel effe in. ‘Vriend, wat denk je zelf?’, zeg ik dan.” Alhoewel dat eigenlijk niet eens nodig is, moet Hover toegeven. Als er iemand niet gaat zweven, is het Rigo wel. Hover: “Als hij het niet haalt, kan hij elke dag in de spiegel kijken. Dan is hij niet goed genoeg, maar heeft hij er echt alles aan gedaan. Er zijn er zat die dat niet kunnen zeggen.”

Foto’s: Photo-Prestige